ARNOLT BRISTOL BOLIDE ROADSTER

“Ik ben ook enorm zot van dat vrouwelijke lijnenspel en die doorgetrokken welvingen – behalve de onderzijde van de portieren is er níks vlak aan dat koetswerk”, lacht de eigenaar.

“Ik was al lang op zoek naar een klassieke auto die afweek van de evidente Mercedes of Porsche. Ik wilde iets zeldzaams. Toen ik het model zag, was ik meteen verkocht. En toen ik het verhaal las nog meer. Nu krijgt-ie wat bekendheid, maar een paar jaar geleden was dat helemaal niet het geval.” De auto wordt wel eens de eerste hybride genoemd, weliswaar met een alternatieve invulling van dat begrip. Hij heeft een chassis en aandrijflijn uit Engeland, een Italiaans koetswerk, een Duitse motor, en werd door een Amerikaan geassembleerd in Warsaw, Indiana. 

Die Amerikaan was Stanley H. Arnolt alias Wacky Arnolt, een rijke industrieel en auto-importeur die de naoorlogse familiewagens uit zijn vaderland maar niks vond. In Chicago verkocht hij Engelse sportwagens zoals MG, Riley en Morris Minor. In 1952 zag hij tijdens het autosalon van Turijn op de stand van Bertone een MG met een custom made koetswerk, waarop hij ogenblikkelijk verliefd werd. De koetswerkbouwer was in de nasleep van WO II in slechte papieren geraakt. En Nuccio Bertone viel haast flauw toen Arnolt niet een handvol auto's bestelde, zoals hij eerst had begrepen, maar 200 exemplaren. Niet veel later verkocht de Arnolt MG als zoete broodjes. Maar MG kon slechts een honderdtal exemplaren van het TD-chassis leveren, waarop de auto werd gebouwd.

Naakt

Het inspireerde Arnolt om een nog mooiere en vooral snellere auto te creëren. In de VS verdeelde hij ook het Engelse Bristol, dat na de oorlog van vliegtuigbouw op auto's was overgeschakeld. Daar ging hij nu aankloppen. Bristol was een uitstekendechassisbouwer – het werd later niet voor niets ook de vader van de Cobra. Arnolt koos het chassis van de Bristol 404 en zette voor het koetswerk Franco Scaglione aan het werk, de nieuwe  designbaas bij Bertone. Die zag in Turijn een forse beer arriveren. “Arnolt was groot van stuk en wilde een sportauto waar hij makkelijk in en uit geraakte”, lacht onze gastheer. “Scaglione is daar goed in geslaagd. Ikzelf meet 1,88 meter, en het lukt perfect.”

Dat was niet de enige vormelijke uitdaging. Bristol gebruikte de krachtige, beproefde en zeer muzikale tweeliter-zescilindermotor van de BMW 328 – die als oorlogsbuit in Groot-Brittannië was binnengehaald. Hij werd bijgetuned tot 130 pk. Arnolt wilde een lage, slanke auto, maar die motor met z'n drie carburateurs leek veel te groot en te hoog. Met enkele geniale lijnen en curves in de motorkap en wielkasten wist Scaglione dat evenwel perfect op te lossen. “Het zicht achter het stuur is perfect”, klinkt het hier. “Je kijkt over de bult op de motorkap heen.” De man wordt alweer wat hitsig terwijl hij naar zijn eigen auto staat te kijken. “Ongelooflijk, hé. Het is ook een naakte auto. Zij laat alles zien.”

In zeven jaar werden 142 exemplaren grotendeels met de hand gebouwd – waarvan er twaalf verloren  gingen als gevolg van een magazijnbrand bij Arnolt. Er waren vier uitvoeringen. Een op zes exemplaren gebouwde coupé en drie open varianten: een compleet gestripte raceversie; de iets beter uitgeruste maar nog steeds zeer pure Bolide, en de Deluxe met een kap, deurgrepen, behuizing voor de boordinstrumenten; een handschoenkastje en chroom. 

Arnolt stelde een raceteam samen, waarin hij ook zelf koerste. In zijn klasse won de auto drie keer de 12 uur van Sebring. "Hij werd ook ingeschreven voor de Mille Miglia maar kon door tegenslag niet deelnemen”, zegt de eigenaar. “We worden wel toegelaten op de huidige regelmatigheidsvariant. Mijn auto heeft twee keer deelgenomen, waarvan ik één keer, in 2017.”

Barnfind

Om er één te vinden reisde hij Europa rond. Zelfs in de Verenigde Staten ging hij met één rijden. “Uiteindelijk kocht ik mijn exemplaar – chassisnummer 3051 – van een particulier in Denemarken. Het proces duurde een vol jaar. Sommige zaken waren niet origineel. Zo was de motor was niet matching – waarmee ik bedoel: van het juiste type. Doordat het chassis veel potentieel heeft, werden de zescilindermotoren in de VS vaak vervangen door een V8. Dat was ook bij deze auto gebeurd. De originele BS1 Mk II-motor is zeer specifiek. Het is bijna de krachtigste versie van de Bristol-BMW-motor. Uiteindelijk kocht ik een AC Aceca waarin zo'n motor lag. Pas toen ik die motor had gevonden, heb ik mijn Bolide gekocht. In 2015 was dat. Hij werd erin geplaatst bij INRacing in Nottingham.”

“De Deense verzamelaar had 'm gekocht in Engeland, waar hij was gerestaureerd.” Hij toont een dikke documentatiemap. “Van de restauratie, maar ook van ervóór. Dat is belangrijk: zo'n auto kan ook nieuwbouw zijn. Met de historiek ben ik nog steeds bezig. Inmiddels ken ik alle voormalige eigenaars. In 2008 dook de auto in de Verenigde Staten op als barnfind. En vanaf de jaren '60 was hij gedurende 25 jaar bij dezelfde eigenaar. Die wil ik nog contacteren. Da's leuk. Net als het feit dat ik intussen ook originele werkplaatshandboeken vond, na talloze uren surfen op het internet en mensen aanschrijven. En in het originele zakje met de toolkit mis ik nog één sleuteltje. Maar via een oude man die Bristol goed kent zal ik ook dat binnenkort hebben.” 

Oorgasme

Naar schatting blijven van de Arnolt Bristol Bolide Roadster een 85-tal exemplaren over. En dit is een van de allerbeste, die zo naar het Concorso d'Eleganza Villa d'Este kan. Dat houdt de eigenaar niet tegen om ermee te rijden. “In drie jaar heb ik er ruim 10.000 mijl mee afgelegd. Op zondag ga ik naar de bakker in Oudenaarde. Dat is drie kwartier rijden, maar geen straf.” “Als ik de motor hoor, krijg ik een oorgasme”, lacht hij. Hij toont de originele lederen sleutel-hanger. “Hopelijk start hij.” Maar een lege batterij gooit roet in het eten. Er volgt getreur. “Hoewel het chassis van de jaren '40 dateert, rijdt hij zeer strak, anders dan veel andere, lichtere Engelse auto's – deze heeft een koetswerk van staal, niet van aluminium”, legt hij uit. “Anderzijds: daardoor, en doordat hij vrij hoog staat, heeft hij niet de wegligging van een MGB. Voordeel is dan weer dat hij quasi ongevoelig is voor vluchtheuvels. En hij is niet vicieus, breekt niet uit, is vergevingsgezind.” 

Hij kan het niet laten en haalt toch startkabels. Algauw klinkt een hoge grom en stijgen uit de zijwaartse uitlaatpijpen bedwelmende dampen op. Ik krijg een petje opgezet en we stappen in. Langs West-Vlaamse steenwegen geeft hij zijn Bolide de sporen. De auto voelt inderdaad verbazend solide. “Hij werd wel naar originele toestand gerestaureerd, maar de toleranties zijn wel kleiner dan destijds.” “Een goeie vriend heeft er een in zijn living staan”, lacht hij. De waarde wil hij discreet houden. “Die fluctueert altijd in functie van de hype”, klinkt het. “En soms van één gek bod. Die hype rond klassiekers is er nu wat uit. Ik vind dat niet erg. Een auto is geen kasbon die elk jaar meer waard wordt. Het is jammer dat sommigen ze zo zien. Dat gaat ook ten koste van de liefhebber die minder bemiddeld is maar wel veel liefde voor auto's koestert, en er echt kennis van heeft.”