DE EXPERT - DAVY DEPAEPE

In het huis van Wauw in Zwevegem omringt Davy Depaepe (°1982) zich met schoonheid. Hij woont en werkt tussen bijzondere objecten. Ook de gekste dingen. Maar zich eraan hechten: no way. 'Volgend weekend kan het er hier alweer totaal anders uitzien.'

Als straks de tuin in bloei staat, gooit hij alle ramen open, zweert hij. Dan zet hij een geurige kop koffie, kiest een aangepast muziekje en is het een en al lente in huis. "Een jaar geleden kochten we de oude villa, die we compleet renoveerden", vertelt Davy Depaepe. "Sfeer, gevoel: alles moest kloppen. Hier komt nooit iets nieuw. We deden het volledige ontwerp van de villa zelf, de villa moest authentiek gerestaureerd worden zonder dat je zag dat er veel aan gewerkt is."

Wauw bestaat al vijf jaar. "Ik kijk vaak naar prentjes, maar in heel mijn leven heb ik slechts één boek ook daadwerkelijk gelézen", lacht hij. "De titel herinner ik me niet, maar het is een zevental jaar geleden en het ging over hoe je een goede bedrijfsnaam zoekt. Er stond een oefening in. Ik moest een A4-blad vol schrijven over de zaak die ik in mijn hoofd had. En dan schrappen. Eerst van 600 naar 300 worden, en vervolgens steeds verder. Tot er één woord overbleef. Dat was wauw. Daarmee kan je alles doen. En toch weet je binnen de seconde wat de essentie is. Het zegt meer dan Depaepe Interieurs."

Eerder leverde hij interieuradvies voor binnenhuisconcepten, ook voor horeca. "Ik heb een goede kennis van wat wauw is maar heb daar niet voor gestudeerd. En dit is een voordeel, omdat je makkelijker buiten de lijntjes kleurt. Bij veel architecten en binnenhuisinrichters zie je telkens hetzelfde, omdat ze het zo hebben geleerd op school." Het gevoel voor esthetiek komt ook niet van thuis.“

Met Piet Vanneste heb ik wel een goede vennoot. Hij is een voormalig verzekerings- en vastgoedmakelaar en heeft mij veel kansen gegeven, die ik op mijn beurt heb gegrepen. Als vastgoedmakelaar verkocht hij huizen, waarvoor ik de interieurs verzorgde. Nu focus ik op objecten. Vaak vonden mensen de stukken niet die ik in hun interieur wilde plaatsen. Nu zorg ik ervoor dat ze die hier wel vinden."

Z'n shop installeerde hij eerst in het centrum van Kortrijk, de stad waarin hij opgroeide. "Ik ben gestart met een klein budget, maar had wel smaak. Zo vond ik een machtige bureautafel. Op mijn openingsweekend kwam er een klant binnen. 'Hoeveel kost die?', vroeg ze. Waarop ik zei: 'Dat is onze werktafel, die is niet te koop.' En zij: 'Tutut, ik bied 5.000 euro en wil graag ook die andere tafel. En dat schilderij, daar.' Na twee weken was mijn winkel leeg. Nog eens drie weken later had ik opnieuw een compleet interieur verkocht." 

Gouden boeien

Na twee jaar verhuisde hij naar een ander pand vlakbij. En nu dus naar deze villa. "Bewust aan een steenweg", zegt hij. "Stadscentra worden steeds moeilijker bereikbaar met de auto. Ik woon hier ook. Maar ook dit huis kan ik meteen weer verkopen. Behalve aan de Ferrari 208 GTS Turbo van mijn geboortejaar 1982 is er zeer weinig waaraan ik me hecht. Anders kan je deze job niet doen. Als je bewaart, kan je niet opbouwen." Hij wijst naar een Louis Vuitton Garderobe, een enorme koffer uit 1930 in uitzonderlijke staat. "Als ik 'm hou weet ik nooit wat er in de plaats zal komen. En als je van dergelijke dingen nooit meer afstand kan nemen, zijn het gouden handboeien. Volgend weekend kan het er hier alweer totaal anders uitzien."

Intussen werd hij ontdekt door een mooi en kapitaalkrachtig cliënteel. Een goede website, een professionele aanpak, en goed scoren in Google dragen daartoe bij. "Mijn stock is niet zo groot. En alles wat je hier ziet kan je ook online bekijken. Er is wel een WhatsApp lijst waarop klanten geprivilegieerde toegang krijgen alvorens een stuk online komt. Iets mooi is soms na tien seconden verkocht. Dat gaat vanzelf."

"Mijn job is: het vinden. Van de Elda Chair die Joe Colombo in 1963 ontwierp zag ik een klein stukje op de achtergrond van een online-advertentie. De eigenaar had 'm eind jaren 60 gekocht. Hij is in prima staat: restaureren is uit den boze. Of neem de befaamde handgemaakte stalen palmboomlamp van Maison Jansen, in zeldzame xxl-uitvoering met dubbele stam: momenteel is dat een van de meest gewilde vintage-stukken."

Hij is vaak te vinden op beurzen in Italië en Londen. "De tijd van de markten en antiquairs is voorbij. Je weet wel: opkopers met het geld in de pupezak die voor een bepaald stuk een verrassend hoge prijs bieden maar er iets veel waardevollers voor een habbekrats 'bijnemen'. Deze Eames-stoel: kijk online en je kent de waarde.

De Kelly-handtas van Hermès in crocoleder kost nieuw 38.000 euro: iedereen weet dat. Die prijzen zijn glashelder geworden. Nu, die tas kan je niet zomaar kopen. Bij Hermès is er een wachtlijst, en als je in aanmerking komt bellen ze je na twee of drie jaar op. Dit exemplaar van 1972 kost 17.500 euro."

"Wat ik goed kan kopen, verkoop ik ook aan een interessante prijs", zegt hij. "Eigenlijk liggen de marges zeer laag." Hij ontkent niet dat hij soms een slag kan doen. "Maar het kapitaal bouwde ik op door hard te werken. Iedereen mag hier zeven dagen op zeven tot elf uur 's avonds binnen komen. Als ik er ben. Want mensen denken soms: hij zit daar wat tussen zijn objecten. Niets is minder waar. Ik ben heel vaak onderweg met mijn camionette, de TGV of het vliegtuig, en ik eet veel slechte hamburgers. Als ik m'n uren zou rekenen, is het nooit rendabel. Ik kan niet zomaar even een leverancier bellen. Ik moet voortdurend naar dingen speuren. En bij wijze van spreken elke dag verhuizen. Dat is fysiek best zwaar."

Schedel

Hij toont een Charles Eames lounge chair en de Tulip Table van Knoll. "Dat zijn klassiekers. Andere zaken zijn unieker en hebben de gepaste koper nodig zoals de tafel van Angelo Mangiarotti uit 1971. Of neem nu Le Corbusier LC2, de bekendste club-fauteuil. Die wordt sinds 1965 geproduceerd door Cassina. Nieuw betaal je 5.600 euro per stuk, en voor een gepatineerde soms meer. Ik bied er twee aan voor 6.000 euro. Ze zijn veertig jaar oud en hebben een mooi natuurlijk patina. Dit zijn de stukken die mensen echt zoeken in vintage, omdat ze alsmaar mooier worden met de jaren en vooral ook als investering."

Toch ziet hij het als een uitdaging om de geesten te verbreden. "Mensen hebben allemaal hetzelfde parket, dezelfde zetel en keuken. Ik wil hen ook tonen dat er zoveel ándere mooie dingen bestaan, zodat ze die dingen eens durven te doorbreken. En dat lukt." Hij toont een handgemaakte high end buizenversterker van Amplifon, en een luidspreker van Elipson in plaaster. "Serge Gainsbourg had er zo een", lacht hij. Maar ook een tafelvoetbalspel uit de jaren 40 is een krachtig interieur object. Of een F16-helm, een olifantenschedel, opgezette leeuwen, enz… niets is te gek.”

"Veel objecten hebben een eigen achtergrond, die mensen vaak te weinig kennen. Ik geef dat mee, hoop hen daar wat in te kneden."

Dat hier opvallend veel Knoll-meubelen staan is evenwel geen toeval. "Deze eerste editie van de Barcelona Chair werd ontworpen in 1929 maar pas vanaf de jaren 50 verkocht", vertelt hij. Knoll is hier goed ingeburgerd: de meubelen werden onder licentie gemaakt bij de Kortrijkse familie De Coene. Dat is wereldniveau."

Photographie par: Birger Stichelbaut