DE COLLECTIONEUR

'Vier jaar geleden kocht de collectioneur in dit nummer een nieuwe garage en breidde zijn al aanzienlijke collectie nog verder uit. Wat begon op z'n negentiende werd een van de autoparadijzen die ons land rijk is.”

Heel enthousiast is hij wanneer hij ons ontvangt. Hij is pas terug uit India, waar hij op een concours d'elegance de internationale Best of Show won met zijn Maserati GT 3500 Spyder Vignale (1961). De auto zelf is nog onderweg.

Er is een showroom. Want geregeld koopt en verkoopt hij ook een auto. En schoonheden van anderen worden er gerestaureerd en onderhouden. "Dat is er meer dan dertig jaar geleden zo'n beetje bij gekomen, toen mijn boekhouder zei dat ik maar beter een nevenbedrijfje kon starten. Zo kon ik ook een mecanicien in dienst nemen."

De half opgebouwde 'Citroën Espace' die er staat behoort tot zijn eigen collectie en is alvast superbijzonder. "Een SM, omgebouwd door France Design Henri Heuliez voor het salon van Parijs in 1971", legt hij uit. "De auto kreeg een T-roof dat bestaat uit elektrische lamellen. Het interieur was extreem futuristisch. In die mate zelfs dat hij een jaar later op het salon van Brussel verscheen met een standaard interieur. Heuliez wilde 'm laten commercialiseren door Citroën, en het oorspronkelijke interieur was misschien toch net iets té avant-garde. Uiteindelijk is die commercialisering niet gelukt, waarna Henri Heuliez de auto dan maar zelf gebruikte, en later blauw liet spuiten. Hij bleef in het bedrijf tot het faillissement, waarna hij in 2012 werd geveild bij Artcurial. Van de toenmalige koper kon ik 'm overnemen. Het is een uniek stuk, dat we nu terugbrengen naar de staat van 1971. Z'n auberginekleur heeft-ie al. Yves Dubernard, die verantwoordelijk was voor het designbureau Heuliez, is hier al geweest om de materialen en kleuren te bespreken. In oktober moet hij klaar zijn: dan viert het Zoute Grand Prix onder andere vijftig jaar Citroën SM."

"Er is er nog één", corrigeert hij. "Die werd gebouwd voor een klant van Heuliez en in de jaren 80 teruggevonden op een Frans autokerkhof. Het dak werd erafgezaagd en op een andere body bevestigd."

Hij had eerder al SM's. In meervoud, jawel. "Die zie je zometeen. En eenmaal je in het SM-universum verzeilt, kent iedereen 'La SM Heuliez', ofwel de Citroën Espace." Bij een reportage van de auto in Rétroviseur plaatste hij een oproep tot hulp. "Zo kwam ik aan de originele catalogus. Ik mag hem lénen, voor de restauratie. Is het kunst, die auto? "Het is zuiver design."

Recreatie

We lopen door de werkplaats. Inmiddels zijn er twee mecaniciens. "De Maserati Merak (1973) moest in de collectie, want hij heeft dezelfde motor én hetzelfde dashboard als de SM. De Quattroporte Serie 2 (1974) is de allereerste van twaalf stuks uit de pré-serie. En de enige met wissertjes op de voorlichten. Het onderstel is identiek aan dat van een SM, er staat alleen een andere body op. Deze wagen stond op de salons van Turijn, Parijs, Brussel, Amsterdam en Barcelona, waar hij werd verkocht. In 1980 kwam hij in Zuid-Frankrijk terecht. Ik kocht 'm twee jaar geleden, als derde eigenaar. Ook deze gaat naar Knokke. De motor en versnellingsbak zijn al klaar."

Er staat ook een Mercedes 190 SLR. "Néé, geen replica", klinkt het. "Daaronder versta ik: op het chassis van pakweg een Ford een Ferrari bouwen. Dit is een recreatie. We vertrokken van een origineel chassis van een 190 SL en een motor van een W115, die we opboorden van 2.2 tot 2.6-liter en nu 200 pk levert. Vroeger kocht je ook een chassis, waarmee je naar een koetswerkbouwer ging. En soms kocht je na vijf jaar een ander, of je liet het ombouwen tot een ander koetswerk. In die geest moet je deze auto zien. Hij kreeg wel een injectie en een elektronisch sturingssysteem."

Nicolas Cage

We naderen het heiligdom. "Dit is mijn vestière – ik kleed me volgens de auto waarmee ik rijd", lacht de man. Even dachten we dat hij ook een klerenwinkel uitbaatte. In wat volgt tuimelen we van de ene verbazing in de andere, een vol uur lang. "De Bentley T2 (1981) is niet echt een collectors item, maar hij komt uit de verzameling van wijlen Bob Lalemand, één van de mooiste collecties die ik ooit zag. Dat zie je aan de zilveren mascotte op het dashboard: een racepaard met jockey, zoals in al z'n auto's. Ik heb er alle, álle facturen van."

Er staat niet één Rolls-Royce Silver Cloud, maar drie. En allen linksgestuurd. "Dit vind ik de mooiste Rolls ooit, en in cabriolet zijn ze zeer zeldzaam – van de Silver Cloud I (56), Silver Cloud II (62) en Silver Cloud III (63) zijn er respectievelijk elf, 75 en 26 exemplaren. De SCI was van René Froger, de SCIII van Nicolas Cage." Volgende in rij is een zeldzame Bentley S1 Drop Head Coupé (1956) met volledig aluminium Mulliner-body. "Deze auto werd bij ons gerestaureerd, met uitzondering van het leder en het hout – dat gebeurde in Engeland." De kleurencombo – Oyster Grey met een grijs interieur en de kap en tapijten in blauw – is ronduit adembenemend en in de kleurencombinatie zoals hij de fabriek destijds verliet.

We vervolgen onze tocht langs drie recreaties van vooroorlogse Bentley's: een Old No 1, een Speed 8 Le Mans en de Blue Train – de Speed Six waarmee de 'Bentley Boys’ in 1930 voor een weddenschap raceten tegen de Franse trein bleu. Met succes, overigens. In het passagierscompartiment is een bar met champagne, wijn en whisky. "Het koetswerk is gebouwd in South-Wales. Je moet eens kijken naar die lijn! Wie kan vermoeden dat dit een model van 1928 is?"

De Rolls-Royce Wraith (1939) met een koetswerk van Thrupp en Maberly is een van zijn kernstukken. Hij is de negende eigenaar. "Een vierdeurs-convertible is sowieso zeldzaam, maar dit is een one-off", vertelt hij. "De eerste eigenaar was de Engelse Schrijver Robert Sherriff. Later kwam hij in handen van de componist Benjamin Britten. De derde eigenaar was de romanschrijver Elleston Trevor, schrijver van het boek The Flight of the Phoenix. Zijn zoon Jean-Pierre heb ik hier uitgenodigd. Het was een intens moment toen hij weer voor die auto stond. Hij werd terug naar z'n kinderjaren geslingerd, toen hij de auto poetste. 'Still the same noise', zei hij toen hij het handschoenkastje opende."

SM à volonté

De open versie van de Citroën DS werd gebouwd door Henri Chapron. "Deze DS 21 is een van de vijf cabrio's die in 1967 in ons land werden verkocht. Ik vond 'm in Berlijn, perfect in orde: dat zie je uiterst zelden. Ik wilde absoluut de oude neus. En een met de groene olie waarop Citroën in deloop van 1967 overschakelde - de eerder gebruikte rode olie was zeer agressief. Op het eind van datzelfde jaar verscheen de nieuwe neus. Gevolg: er zijn slechts 42 cabriolets met de oude neus en de groene olie." Geen probleem overigens voor wie de nieuwe neus verkiest: ook die staat hier. En naast de Cabriolet d'Usine zijn er ook speciale series die Chapron zelf bouwde, zoals de zeer gezochte Le Caddy. "Zo zijn er 38, waarvan drie met nieuwe neus, en dit is de eerste", klinkt het. "Hij stond in 1967 op de stand van Chapron in Parijs."

Van de DS verschoof de bewondering dus naar de SM. Het werd een van de zwakke plekken van onze verzamelaar. We lopen langs een blauw Amerikaans exemplaar – te herkennen aan de afwijkende neus en met in het vooronder geen 2.7 maar een drielitermotor. "Dit is een van 600 exemplaren met manuele versnellingsbak – dat heb ik liever", lacht hij. Een tweede SM kocht hij van de eerste eigenaar in Lyon. "Totaal gedocumenteerd en origineel." Waarna de fameuze SM Mylord (1972) verschijnt. "Dat was mijn ultieme droom. Na een lang proces vond ik de tweede van vijf gebouwde exemplaren: de enige in originele staat." De combinatie van een wit koetswerk met groen leder geeft 'm een extra speciale touch. "Ooit werd hij gekocht door een beenhouwer, die er een trekhaak op monteerde om markten te doen. Daarna ging hij naar de verzamelaar van wie ik ook de Espace kocht."

We leren dat er verbazend veel varianten van de SM werden gebouwd, in verbazend kleine oplagen. Zoals de Opera, een vierdeurs met een zee van ruimte. "De derde van zeven stuks. Een Luikenaar ging naar Chapron met zijn Rolls-Royce en vroeg een Opera in dezelfde kleur. Ik vond 'm twee jaar geleden. Kijk eens goed naar die lijn, man! Ongelooflijk!"

De man is ook een Jaguarfan. Z'n XK 120 (53) werd nut en bold gerestaureerd volgens de hoogste normen. "Zeker als coupé vind ik 'm wondermooi. De druppelvorm vind je ook bij Bugatti terug." Ernaast staat een XK 140 (55) dans son jus. Et quel jus! "Níks werd eraan gedaan." De XK 150 (58) werd wel gerestaureerd. Van de E-type zijn de drie series present, waarbij een van de eerste 300 uit 1961 – nummer 209 om precies te zijn. Een zogenaamde outside bonnet lock. De Series 2 (69) is uitgevoerd in prachtig Willow Green. De originele S3 (73) heeft een ongelooflijke 3500 mijl op de teller en kreeg van Duitse inspecteurs een AAA-rating. Er is ook een recreation van de E-Type Lightweight. "Waanzinnig om mee te rijden", lacht de collectioneur. "De krachten werken langs alle kanten op je in en hij maakt een hels lawaai."

En hoe uniek en waardevol ook: deze auto's leven. "Elke wagen moet driemaandelijks een uur rijden. En alles wordt geregistreerd in een boek. De Zoute Automobile Club organiseert elk jaar ook één of twee reizen waaraan ik deelneem."

Daddy's baby

"Ik zoek originele auto's of exemplaren met een specifieke pedigree", vertelt hij. "De Ferrari Daytona werd in 1970 besteld door importeur Jacques Swaters en stond in 1971 op het salon in Brussel. Hij werd gerestaureerd door Gipimotor in Brussel en Retroviseur wijdde er een artikel aan. Recent kocht ik ook een Ferrari 275 GTB (1965). In Pino Verde met beige interieur: mijn lievelingscombo. En in de VS vond ik een goudkleurige 250 GTE Series 1 (62) die nieuw werd afgeleverd door garage Francorchamps. Die wordt nu gerestaureerd bij Eric Brumenil in Luik."

Maar ook mindere goden zijn welkom in de hal. De ongerestaureerde Austin Healey 3000 BJ (1967) heeft amper 8000 mijl op de teller. "Hij ging over van vader op zoon, en ik kocht 'm met alle facturen én de originele handschoenen van de vader. De Volkswagen Samba T1 (1967) is een van de mooiste die auto-expert Gert Beets ooit zag. Hij werd gerestaureerd door Piet Haverbeke in Roeselare, met de bedoeling 'm nooit van de hand te doen. Maar hij reed er weinig mee. Na een paringsdans van drie maanden mócht ik 'm kopen. Nog steeds mag Piet ermee komen rijden wanneer hij daar zin in heeft."

Een spierwitte 230 SL Pagode (1964) is niet zó bijzonder. Tenzij er een mooi verhaal aan hangt, natuurlijk. "Deze auto werd hier in België nieuw verkocht aan mevrouw Lechien. Toen zij in 1981 naar Zuid-Frankrijk verhuisde, werd hij in een garage te koop aangeboden. Donald Newman, “De auto werd zozeer gepamperd dat hij binnen het gezin 'daddy's baby' ging heten – hijzelf sprak van een maîtresse waarover hij openlijk mocht praten.” een Amerikaan die in Brussel werkte, ging langs en uitte z'n belangstelling. Toen hij kort erna voor zaken even terug in de VS was, liet de auto hem niet los en belde hij vandaaruit naar die garage in Brussel. Tot zijn ontsteltenis kreeg hij te horen dat de auto gereserveerd was. Eens terug in België raadde zijn assistente hem aan om toch nog eens langs te lopen bij die dealer – afspraken gaan niet altijd door, wist ze. Toen hij dat deed stond de auto inderdaad niet langer in de showroom, wat hem droef stemde. Maar de verkoper ontving 'm met open armen. Hij had de auto voor hém opzij gezet, zo bleek – hij was ervan overtuigd dat hij zou terugkeren. Dat hij het ook was die vanuit de VS had gebeld, had de man niet door. Don kocht de auto voor 5.000 dollar."

"Toen hij kort daarna voorgoed terugkeerde naar de VS, nam hij de Pagode mee. De auto werd zozeer gepamperd dat hij binnen het gezin 'daddy's baby' ging heten – hijzelf sprak van een maîtresse waarover hij openlijk mocht praten. Ikzelf kocht 'm in 2010, inclusief twee mappen met de historiek: het originele Belgische garantiebewijs, de handleiding en verkoopsbrochure, het onderhoudsboekje tot 1983, alle facturen, documenten van awards die hij op concours won, enzovoort. Nadien bleef ik in contact met Don. Begin dit jaar is hij overleden."

We moeten even slikken, terwijl we naar een W107 280 SL (1979) in nieuwstaat staren. Er staat 14.500 kilometer op de teller. De 300 SL Gullwing (55) en Roadster (59) staan naast hun moderne varianten: de SLS AMG (2011) en SLS AMG Roadster (2012), in dezelfde kleurencombinaties.

Auto in de maag

De groene Cadillac Eldorado Convertible (1964) staat in z'n eerste lak. Andermaal compleet origineel. "De motor is er zelfs nooit uit geweest. Deze heb ik al vele jaren. Hij kreeg een AA-rating. De derde A werd niet toegekend omdat ik het beige leder liet bijkleuren – had ik nooit mogen doen." Nog een Amerikaans icoon is de Ford Shelby GT500 KR (68) met de Cobra Jetmotor van 428 kubieke inch, in Acapulco Blue met witte strepen. "KR staat voor King of the Road", lacht hij. "Dit is de enige GT500 KR Coupé die in België werd verkocht. Ik kocht er de geel-zwarte convertible (68) bij. De motor is identiek, maar deze heeft een manuele versnellingsbak."

Zijn voorliefde voor Amerikaanse auto's gaat ver terug. "Mijn vader zei altijd dat ik een auto in mijn maag had. Ik heb filmpjes waarop ik als tienjarige zijn Chevrolet Impala poets. Zót was ik van die auto. Voor hem waren het gebruiksvoorwerpen. Mijn eerste eigen oldtimer kocht ik toen ik 19 was. Leeftijdsgenoten hadden sportwagens, ik verkoos een hele grote Cadillac Series 62 ceremoniewagen (1965), die ik later verkocht aan vrienden van mijn ouders. Op huwelijksreis in de VS en Canada kocht ik in 1982 weer twee Cadillacs. 'Gebruik toch eens je verstand', zei mijn vader toen hij ons kwam halen aan de luchthaven. Enkele maanden nadien verkocht ik beide met een mooie winst aan een verzamelaar. 'Doe maar voort', zei pa toen. Later heb ik er véél in de States gekocht."

"Vroeger waren de auto's ook duur. Maar telkens ik iets speciaal had, zette ik het opzij. Zo ben ik tot deze collectie gekomen." Hoeveel het er zijn kan hij niet in een-twee-drie zeggen. "Het wisselt wat." We gokken: een vijftigtal. Heeft hij nog een droom? "De laatste op mijn lijst was de 275 GTB. Ach, je kan blijven dromen. Van een Ferrari 166 MM Barchetta, bijvoorbeeld. Maar ik heb een mooie collectie en moet verstandig zijn. De verzameling moet wel leven, vind ik. Ik laat ze permanent evolueren en probeer ze te upgraden. Nu staat de markt wel onder druk, maar echt speciale auto's blijven waardevol, net zoals bijzonder vastgoed. En ik heb de auto's nooit gekocht als investering. Altijd met mijn hart. De Gullwing was op een bepaald moment het zesvoudige waard van wat ik betaalde, nu nog het vijfvoudige. Dat is niet erg."

En bovenal blijven auto's emotie. "Als kind had ik een trapautootje van de Willy’s Jeep. Daar heb ik tot in het oneindige speelplezier aan beleefd. Het werd vernield tijdens een bedrijfsbrand in 1984. Maar toen ik in 2009 hertrouwde, deed mijn vrouw Anne me dit écht exemplaar uit 1942 als verrassing cadeau. Ze had 'm achter mijn rug om gekocht."

"De kermismolen is van 1953 en werkt, jawel. De wagentjes werden gebouwd bij L'Autopède in Melle. Als kleine jongen was dit je eerste contact met de automobiel. De ene kroop in een brandweerwagen, de ander in een bus."

Bibliotheek

Om te bekomen van onze wandeling neemt hij ons mee naar zijn werkkamer. "Ik wérk hier echt, hé", lacht hij. Er staan meterslange kasten tjokvol mappen, soms vijf per auto. Ze bevatten facturen van vijftig jaar en ouder, historiek, correspondentie, FIVA-kaarten, enzovoort. Het is een niet te onderschatten extra dimensie van autoplezier. "Bij mooi weer rij ik, bij slecht weer zit ik hier." Hij toont een document dat werd uitgereikt door Ferrari Classiche, over de 275 GTB. De wagen werd compleet doorgelicht en wordt er van naaldje tot draadje in beschreven. "Dat kost veel geld", benadrukt hij. Hoeveel? "Veel" Ook de Zwitserse Ferrari-historicus Marcel Massini werkte mee aan het historisch onderzoek naar de wagen.

In dit kader dat de verbeelding doet knetteren organiseert hij ook recepties en walking dinners. Er is een bar, een salon en een bibliotheek vol boeken waar zijn eigen auto's in staan. Aan de muur hangt een klok die ooit in de fabriek van Rolls-Royce hing. We zien nog een met whisky gevuld radiatorrooser en een foto van hemzelf en zijn vrouw tijdens de Mille Miglia, op de cover van SL Magazine. En natuurlijk ook talloze miniaturen van alle auto's die hier staan. "Van de Rolls-Royce Wraith werden er vijftig miniaturen gemaakt. Ik vond er al vier - nu ga ik stoppen met ze te kopen."

Photographie par: Ollivision Photography