JULIE PALMA ENGELS

Julie Palma Engels, onthoud die naam. Vanuit een fantastisch art-decohuis in Sint-Genesius-Rode werkt de architecte aan high-end realisaties met internationale klasse. ‘Ik heb een afkeer voor routine.’

Julie Palma Engels woont en werkt in een prachtig verbouwd Art Decohuis in Sint-Genesius-Rode. Nota bene op drie straten van waar ze opgroeide. Wie het cv van de architecte niet kent, zou vermoeden dat ze nogal honkvast is. Maar dat is allerminst het geval. Vóór ze zich in Brussel vestigde, woonde de globetrotter respectievelijk in Chicago en Londen. Van daaruit ontwierp ze woningen voor haar privéklanten in België.

En tegelijk tekende ze er mee aan projecten van haar man: Jo Palma. ‘Hij is een Portugees-Canadese architect, die gespecialiseerd is in gigantische projecten, zoals woontorens in Manhattan of het politiehoofdkwartier in Miami. Hij werkte onder meer voor SOM: het architecten-bureau dat het nieuwe NATO-gebouw in Brussel ontwierp.’ Jo Palma startte zijn parcours bij de Portugese sterarchitect Álvaro Siza, daarna werkte hij voor het Britse kantoor Foster + Partners, waar hij mee de Berlijnse Reichstag ontwierp. Maar de meeste ervaring in XL corporate architectuur deed hij op bij Skidmore, Owings & Merrill (SOM), het Amerikaanse kantoor waar hij 16 jaar lang designdirecteur was in de filialen in Chicago én Londen. Het was uitgerekend daar dat hij de Belgische rchitecte Julie Engels leerde kennen. ‘Zalig was het om daar te werken in grote teams. Die constant adrenaline, ik kickte erop. Ik had daar 20 man onder mij,’ zegt ze.

What you see is what you get

Twee jaar geleden startte Jo Palma zijn eigen bureau met inmiddels een 25-tal medewerkers én kantoren in Chicago, Londen, Miami en binnenkort ook New York. Zijn vr ouw Julie zette haar eigen bureau Studio P Architects verder, maar dan vanuit Brussel. ‘Toen we in Chicago woonden, had ik al mijn eigen  ontwerpbureau. Ik tekende daar gewoon aan de keukentafel. Als ik een skypemeeting had met één van mijn klanten in België, dan kwamen mijn kinderen soms gewoon in beeld. Dat stoorde niet, het was juist ontwapenend: die klanten zagen dat ik ook maar een mens was, die de balans moest zoeken tussen leven en werk. Bij mij is de filosofie altijd: what you see is what you get.’

Eigenlijk zou Julie met haar man en gezin in Londen wonen en van daaruit al hun projecten opvolgen. Maar kwaliteitsvol wonen én een goeie school vinden voor hun dochters bleek onmogelijk.Toen de architecte in Sint-Genesius-Rode toevallig een bordje ‘te koop’ zag hangen, vlakbij haar ouderlijk huis, was haar nieuwsgierigheid gewekt. De villa uit de jaren 30 bleek inmiddels een beschutte werkplaats, die met de jaren nogal slecht was verbouwd. Zonder de authentieke elementen weg te gommen, stripte de architecte de woning tot een luxueus familiehuis, waar ook haar kantoor is ondergebracht. De interbellumsfeer is nog heel voelbaar in de woning, dankzij gerestaureerd smeedwerk, prachtige parketvloeren en luxueuze binnendeuren in tropisch hout. ‘Met het budget van een klein huis in Londen, konden we hier een grote woning kopen én compleet renoveren. De keuze was snel gemaakt,’ zegt Julie Palma Engels. ‘Ook mijn man is opgelucht. Hij is bijna twee meter. Toen hij de plafondhoogtes in dit huis zag, was hij danig onder de indruk. In Londen raakte hij nauwelijks binnen in die minieme appartementjes. Nu pendelt hij vanuit Brussel naar Chicago en de rest van de wereld, waar hij werven of teams heeft.’

Afkeer voor routine

Een gesprek met Engels is geen doorsnee architectuurpraatje vol hol jargon of pseudofilosofisch gezwam over licht en ruimte. Neen, Julie is to the point, ad rem, grappig en nogal rusteloos. ‘En dat terwijl architectuur een beroep is waar je veel geduld voor moet hebben. Een project neemt zo anderhalf jaar in beslag. En een carrière opbouwen duurt een mensenleven. Hoe ouder je bent, hoe meer je weet en hoe meer ervaring je hebt als architect. Ik wil niet te vroeg pieken, want als je snel succes hebt, ga je te snel op je lauweren rusten.
Liever bouw ik mijn CV rustig op.’

Rustig is een understatement, want carrièrematig duwde de ambitieuze Brusselse al flink het gaspedaal in. Er zijn veel architecten die op hun 40ste kunnen dromen van wat zij met Studio P Architects al realiseerde: commerciële panden, maar vooral high-end appartementen en woningen, tot in Ibiza. ‘Ik wil me niet beperken tot België,’ zegt ze. ‘Hier zitten we met teveel vissen in dezelfde vijver. Iedereen kent iedereen. Het is niet zo heel moeilijk om hier een grote naam te worden. In het buitenland is de concurrentie veel groter. De grootste
valkuil is om als architect in herhaling te vallen. Ik heb een afkeer voor routine. Als mijn medewerkers details ontwerpen, die we al eens gebruikt hebben in een andere realisatie, dan vraag ik om opnieuw te beginnen. Voor je het weet, zit je in een stramien en doe je bandwerk. Terwijl net het creatieve ontwerpwerk de zaligste fase van het proces is.’

Haute couture

Een grote naam zal Engels hoogstwaarschijnlijk worden in haar niche. Ze heeft een groot netwerk, haar naam gaat over de tongen. En met haar doortastende aanpak kan ze de meest veeleisende klanten aan, zo bewees ze al. Toch is haar stijl niet totalitair: ze legt haar esthetiek niet zomaar aan haar klanten op.  Architectuur mag geen dictatuur zijn,’ vindt ze. ‘Het belangrijkste is: je klant opvoeden. En hem of haar uitleggen waarom je voor A en niet voor B kiest. Dat is geen kwestie van mooi of lelijk, want alles hangt af van project tot project. Onlangs daagde een opdrachtgever ons uit om een woning te tekenen waar zoveel mogelijk ronde vormen in voorkwamen. Met onze uitgepuurde, minimale stijl die streeft naar de essentie, was dat een grote uitdaging. Maar we zijn erin geslaagd om iets te ontwerpen waar zowel de klant als ons bureau achter staat. Een architect is als een stylist: we helpen om mensen met een bepaalde smaak en figuur mooi te kleden. Maar om in modetermen te blijven: iemand die van Chanel houdt, zal niet snel bij Versace gaan shoppen. Bij architecten geldt net hetzelfde: iedereen heeft zijn eigen stijl, waarvoor de klanten bewust kiezen. En het eindresultaat is altijd haute couture maatwerk, vaak zelfs voor het budget van prêt-à-porter. Als er al een rode draad in mijn oeuvre is, dan is het toch mijn modernistische aanpak. Ik laat me graag inspireren door het werk van architecten als Mies Van der Rohe of Le Corbusier. Hun beeldtaal vertaal ik op een hedendaagse manier. Passiefhuizen met lemen muren liggen bijvoorbeeld niet in onze specialiteit. Maar als we dat doen, omringen we ons met de juiste specialisten en consultants.’

Autoverzameling

Als vrouw is Julie Palma Engels een buitenbeentje in het segment van high-end architecten. Het is – helaas – nog altijd een mannenwereld, waarin zij weliswaar op relatief korte tijd haar eigen plekje heeft veroverd. ‘Ik zeg altijd dat ik een mannenberoep gekozen heb. Maar als ik op de werf sta, trek ik me niks aan van seksistische opmerkingen. Ik weet waarover ik spreek, dus de stielmannen moeten naar mij luisteren. Klanten kiezen me trouwens niet omdat ik een vrouw ben. Beweren dat een vrouw beter een woning kan ontwerpen, omdat ze meer empathie heeft voor wat een gezin nodig heeft, zou ook maar al te seksistisch zijn. Ik spreek vier talen, dat is mijn grote voordeel,’ zegt ze.

Binnen in Julie Palma’s woning is het rustig, maar in de tuin is er een bedrijvigheid van jewelste. Vakmannen bouwen er aan een tuinpaviljoen, dat dienst doet als garage voor collectiewagens. Dankzij een lift is er plaats voor een achttal auto’s. Jo Palma is een gepassioneerd autoverzamelaar, die onder meer een Ferrari F40 en Lamborghini op stal heeft. Maar aan automobielevenementen, zoals classic car races of courcours ’élégance, zal je hem of Julie maar zelden zien meedoen. Liever genieten ze in alle discretie van een ritje in hun wagens. De liefde voor wagens zit Julie nochtans in het bloed. ‘Mijn ouders zijn allebei actief in de
autohandel. Echt verzamelen doen ze niet, maar je kan ze wel eens aantreffen op autowedstrijden zoals Le Mans. Auto’s en architectuur hebben meer gemeenschappelijk dan je zou denken.’

Fotografie door: Birger Stichelbaut - Thomas De Bruyne (Cafeïne.be)