GUY PIETERS

In alle bescheidenheid runt Guy Pieters één van de grootste kunsthandels van ons land. Een gesprek over het nieuwe project van Christo, zijn entree bij Arman en de hypes in de hedendaagse kunst. ‘Het kerkhof ligt vol van zogenaamd onvervangbare mensen.’

Eigenlijk is hij pensioengerechtigd, maar kunsthandelaar Guy Pieters (67) weet van geen ophouden. ‘Stel je voor dat je verplicht wordt om te stoppen met werken, als je eigenlijk nog gezond én ambitieus bent. Vreselijk vind ik dat. Ik doe nog altijd graag mijn job. Maar de commerciële druk van vroeger is er gelukkig wat af,’ zegt hij. Kunsthandelaar is gelukkig een mooi beroep om oud in te worden. Leo Castelli, Ernst Beyeler, Konrad Fischer: vele dealers houden het vol tot aan hun dood. Maar ook al draagt de galerie zijn naam, toch vindt hij zichzelf niet onvervangbaar. ‘Ik heb net een vergadering achter de rug waarop ik mensen uit het team wat meer verantwoordelijkheden geef. Het kerkhof ligt vol van mensen die zogezegd onvervangbaar zijn.’

Rust stond dit jaar toch niet bepaald in Pieters’ agenda. Hij had het de laatste maanden superdruk met het nieuwste project van Christo: zijn wens om de Parijse Arc de Triomphe in 25000 m² recycleerbare zilveren stof in te pakken. ‘Dat heeft me al kopzorgen gekost,’ zucht hij. ‘Christo bedacht het project al in 1962. Eerst was het voorzien voor april 2019, maar toen bleek dat er een valk een nestje had op het monument. Om haar rustig de eieren te laten uitbroeden, is de ingreep toen uitgesteld naar september. De organisatie is ongelofelijk complex: we moeten rekening houden met de president, de politie, de veiligheid en de dienst monumenten & landschappen. Ik werk al sinds 1984 samen met Christo. Zonder contract, puur op vertrouwen. En al die tijd hebben we elkaar nog nooit teleurgesteld.’

Partnergaleries als satellieten Pieters opende ook recent zijn Fondation in Saint-Tropez, waar dagelijks een 200-tal kunstliefhebbers over de vloer komen. ‘Het leven aan de Côte d’Azur is wat minder stressy. Saint-Tropez is een klein dorpje gebleven, met de authenticiteit van het vroegere Knokke. Het is altijd vakantie, als we er zijn.’ Momenteel leidt Guy Pieters zijn kunstimperium nog altijd vanuit Sint-Martens-Latem. Maar in de toekomst wil hij zich meer in Knokke-Heist vestigen. Daar opende hij deze zomer zijn Office & Storage: een werk- en stockruimte waar verzamelaars uitsluitend op afspraak ontvangen worden om discreet een selectie kunstwerken te bekijken. De praktijk doet denken aan de private sales bij grote veilinghuizen: belangrijke kunstwerken worden daar vaak privé verkocht, buiten de veilingen om, zodat zowel verkoper als aankoper discreet blijven. ‘Ik ben ervan overtuigd dat tegenwoordig de werken met de hoogste kwaliteit op die manier verhandeld worden,’ zegt Pieters. Guy Pieters mag dan één van de grootste kunsthandelaars van ons land zijn, hij heeft niet de slagkrachtvan die grote veilinghuizen. En ook niet van de grote megagaleries, zoals Gagosian, Perrotinof Zwirner, die met een handvol filialen overal ter wereld de handel in topwerken beheersen. Toch organiseerde Pieters zich vanuit Sint-Martens-Latem heel slim: hij werkt met een netwerk van een 30-tal satellietgalerijen, die wereldwijd werken uit zijn stock verkopen. ’Die partners zijn niet de grote jongens. Wel zijn het galeries met lokale verankering, die via een login rechtstreeks toegang hebben tot mijn voorraad, die online staat. 60 procent van onze omzet komt al via deze partners. Ook sommige veilinghuizen zijn aangesloten op dat stocksysteem. Ik zie de veilinghuizen dus niet als de grote vijand, ik werk er soms nauw mee samen.’

Op terras met Armán 

Pieters groeide op in een familie van lokale ondernemers. Zijn grootmoeder had een café, zijn vader een krantenwinkel, waar hij mettertijd ook kunst verkocht. Onder meer moderne werken vanschilders uit de verschillende Latemse Scholen. Guy zette die business verder, maar zette de stap naar de internationale kunstwereld, dankzij zijn vrouw Linda. Dat gebeurde compleet toevallig. Op vakantie in het Zuid-Franse Juan-Les-Pins raakte het koppel op een terras aan de praat met hun buurman. Hij stelde zich voor als de Franse kunstenaar Armán en hij nodigde hen daags erna uit in zijn atelier. Pieters kende hem niet, maar hij kon de artiest wel overtuigen om zijn werk via hem in België te verkopen. Zonder goed te weten waar ze mee begonnen, zochten ze in Knokke naar een eigen galerieruimte waar ze in 1983 debuteerden met een soloshow van Armán. Op dat moment was zijn ster in Frankrijk tanende, maar dankzij de democratische prijzen in Knokke kon Pieters zijn expo toch quasi uitverkopen. Armán was zo gelukkig met het onverhoopte succes dat hij zijn kunstenaarsvrienden Niki de Saint Phalle, César en Jean Tinguely overtuigde om ook met Pieters samen te werken.

Dankzij die reeks kunstenaars dwong de handelaar wat credibiliteit af. En hij kreeg daardoor ook
introducties in de internationale kunstwereld, onder meer bij kunstenaars als Karel Appel en Andy Warhol. ‘Dat Warhol en Picasso nu de grootste kunstenaars ter wereld zijn, is geen toeval. Dat komt omdat ze zoveel werk geproduceerd hebben. Als er geen aanbod is, is er geen markt. Hoe mooi sommige werken uit de Latemse School ook zijn, als er maar heel sporadisch goeie werken op de markt komen, dan kan je nooit een  internationale markt bedienen. Geen productie, geen marktaandeel.’

Hypes en prijscorrecties

Met de wereld van de hedendaagse kunst heeft Guy Pieters een ambigue relatie. Enerzijds verkoopt hij ook werk van bijvoorbeeld Jan Fabre en Wim Delvoye, anderzijds zag hij hoe hypes die markt de jongste jaren fel beheersten. ‘Nu lijkt het soms alsof hedendaagse kunst de klassiekere kunst naar de achtergrond duwt. Maar 30 jaar geleden was het net omgekeerd,’ weet Pieters. ‘Jan Hoet had in 1999 de grootste moeite ter wereld om zijn Stedelijk Museum voor Actuele Kunst op te richten in Gent. Hedendaagse kunst is nog maar een goeie 30 jaar echt hip. Naast de musea is een heel nieuw circuit van beurzen ontstaan, met in hun kielzog een generatie verzamelaars die vaak tegelijk investeerders of speculanten zijn. De historische kennis bij die collectionneurs is vaak niet zo groot. Ze zijn vooral op de hoogte van wat ‘in’ of ‘uit’ de mode is. Ik heb mijn succes tussen 1982 en 2005 gelukkig kunnen opbouwen door met gevestigde kunstenaars te werken, die in de jaren 60 en 70 al een zeker curriculum hadden, zoals Armán, Tinguely en de Saint Phalle. De verzamelaars die dat toen kochten bij mij, waren blij met hun aankopen, omdat ze zagen dat de prijzen voordie kunstenaars gestaag bleven stijgen. Met hedendaagse kunst is die prijsevolutie veel labieler.

Kijk maar naar Marc Quinn of Anselm Reyle: artiesten die ontzettend gehypet zijn geweest,
maar eenserieuze prijscorrectie ondervonden. Tegenwoordig worden sommige hedendaagse kunstenaars kunstmatig de lucht in geblazen door hun galeries. Maar de val is dan keihard, als de hype over is. Hun markt is niet solide, simpelweg omdat het werk niet krachtig genoeg is. Voor mijn kunstenaars wil ik een huis bouwen met fundamenten, stevige muren en een dak, zodat hun marktwaarde stabiel blijft of organisch groeit.’ Door die instabiliteit houdt Pieters zich liefst zo ver mogelijk van dat segment van hedendaagse kunst weg. Hij geeft zelfs toe dat hij die wereld niet erg goed kent. ‘Ik ga zelfs niet kijken naar wat mijn collega’s in hun hedendaagse galeriehouders exposeren. Ik hou me daar bewust wat buiten. Alleen al in Knokke zijn er 80 galeries. Met Ronny Van de Velde en Patrick De Brock heb ik goeie vriendschapsbanden. Maar ik focus me liefst uitsluitend op mijn eigen kunstgalerij.’

Classic Cars

Of Pieters met zijn galerie kunstgeschiedenis heeft geschreven, zal de toekomst uitwijzen.
Hij was zeker invloedrijk voor de carrières van enkele grote namen uit zijn stal. Maar zelf veegt hij zijn rol liever onder de mat. ‘De geschiedenis wordt geschreven door de kunstenaars in hun atelier. Handelaars zijn van secundair belang,’ zegt hij. ‘Trouwens: ik zou als mens en als handelaar niks zijn zonder mijn vrouw Linda. We hebben al veel tegenslagen gekend in ons leven, onder meer het verlies van onze zoon. Maar ze heeft mij in de beginjaren van de galerie de ogen geopend voor de internationale kunstmarkt. Zonder haar zaten we hier nu niet.’ Zelf verzamelt Pieters natuurlijk ook moderne en hedendaagse kunst, die hij zowel in Knokke, Latem als Saint-Tropez uitstalt. Maar verrassend genoeg wil hij zich ook aan een ander verzameldomein wagen: classic cars. ‘5 jaar geleden waren oldtimers de grootste concurrentie voor hedendaagse kunst: iedereen begon die te kopen. Ik heb nooit een grote passie gehad voor auto’s: ik rijd nu met een Bentley, en vroeger met een BMW uit de 7-reeks.Nu stel ik me, als leek, de vraag: wat is een echte museumwaardige classic car? Welke auto hoort in het MoMa in New York? Ik ben me daar over al maanden aan het documenteren. En pas als ik genoeg weet, ga ik me er één kopen.’ 

Fotografie door: Birger Stichelbaut

Artikels gerelateerd aan GUY PIETERS