DE RESTAURATEUR - RSC AUTOMOBILE

Christophe Piette (51) had vroeger een bouwbedrijf. “Maar heel mijn leven ben ik links en rechts wel met auto's bezig geweest”, zegt hij. “Dat werd een eigen collectie, en tot 2012 had ik hier een klein ateliertje waarin ik aan mijn auto's werkte. Dat heb ik verbouwd en uitgebreid, om in 2012 als professional te beginnen. Ik kende veel mensen in het wereldje. Het doel was: aan mijn eigen auto's en die van kennissen werken, en break-even draaien. Maar aan de mijne ben ik nooit toe gekomen.”

“Er is veel veranderd”, zucht hij. In de showroom staan schitterende auto's van hemzelf tussen die van klanten, al dan niet te koop. “Er komen er nog altijd bij”, lacht hij. We slikken onze verwondering weg wanneer we een Porsche 550 Spyder zien, de vroegste sportwagen van de constructeur uit Zuffenhausen. Het model waarin James Dean verongelukte, ja. En neen, geen replica. “De geschiedenis van dit exemplaar is zeer helder”, zegt Piette, die pas de benzinetank heeft hersteld. Verderop ligt een Fuhrman-motor helemaal open. “Onderdelen zijn wel zeer moeilijk te vinden. Acht jaar geleden werd zo'n auto verkocht voor 600.000 euro, nuvoor 5 miljoen euro. Destijds kwam het ook niet in me op dat dat weinig was.”

Luttele meters ervandaan staat warempel een 959, ook al een van de meest mythische Porsches, zij het uit de jaren tachtig. “Ook die is van een klant. Komt uit de collectie van Luigi Compiano die eind 2016 tijdens de Duemila Ruote-veiling in de Fiera Milano 51 miljoen euro opbracht.” Compiano had een beveiligingsfirma die onder meer geldtransporten deed maar bestal zijn eigen bedrijf, dat failliet ging. Hij vergat ook vele miljoenen taksen te betalen.

Reddingswerker

We lopen verder naar het hart van de zaak. Dit is geen garage, dit is een atelier. En het ligt er kraaknet bij. We tellen liefst twaalf auto's voor restauratie, plus nog enkele voor kleinere herstellingen. “Ik vraag me soms ook af waar ze vandaan blijven komen”, lacht Piette. “We doen hoofdzakelijk totaalrestauraties.” Hij toont een naar nieuwstaat gebrachte 911 uit 1965. “Ik denk dat ik er tot dusver honderd tot honderdtwintig van de schroot heb gered. Auto's die totaal afgeschreven waren maar die zijn herrezen.Dat zijn haast reconstructies. Het werk bestaat uit een combinatie van klassiek ambacht en modernetechnieken.” Voor ons staat een pas gedemonteerde 356 Convertible D in, en we citeren, rotstaat. “Nu gaan we 'm inventariseren: we bekijken de
staat van alle onderdelen en gaan na wat origineel is. Dan krijgt hij een elektrochemisch KTL-dompelbad of wordt gezandstraald. We gaan 'm lassen, vertinnen, schuren, een antiroest- behandeling geven en lakken. Intussen wordt wat verderop, in de hoek voor mechaniek, de motor compleet heropgebouwd, net als de versnellingsbak en de ophanging. Nog anderen werken aan de velgen, de rubbers, enzovoort.

” Hij toont de afdeling kappen en interieurs. “Het dashboard van een 911 moet je soms compleet nieuw maken: schuim kán je niet restaureren.” Hier werken zowat vijftien specialisten in motorbouw, mechaniek, plaatwerk, interieur, en zelfs detailing. We zien vijftigers aan de slag, maar ook dertigers. “Sommigen komen vers van school naar hier”, zegt Piette. “Al onderschatten ze de leertijd wel.”

“De 356 is een stuk artisanaler dan de 911”, legt hij uit, en toont een quasi afgewerkt exemplaar. “Een jaar geleden was ook deze wagen nog compleet vernield. Nu is hij quasi klaar.” De totaalrestauratie van een 911 wat verderop vergde zes à acht maanden, goed voor iets meer dan duizend werkuren. “Het kan snel gaan. Veel hangt af van de vraag of de auto compleet is en de beschikbaarheid van onderdelen. Die halen we bij Porsche Classic en bij anderen die daar leveren. Bijna alles is beschikbaar. Bijna.”

Absurd

Vaak zit het in details. “De juiste lichten monteren heeft gevolgen voor de eindwaarde. Ook schroefjes kunnen per bouwjaar verschillen.” Het gaat tot in het absurde. “Op elke Porsche-velg staat een referentiedatum: dat is niet enkel een bouwjaar, maar ook een maand”, zegt Piette. “Het is niet erg als dat niet juist is, maar wel als je je auto in concoursstaat wil. Sommigen letten erop.”

Hij toont een pedaal. “Een oud stuk dat we  compleet uit elkaar hebben gehaald en verzinkt. Als de klant zegt dat we all the way moeten gaan, dan gaan we all the way.”

Originaliteit is natuurlijk een controversieel gegeven. “Ja, soms zijn ze beter dan nieuw”, zegt Piette. “Zo kan je holle ruimtes vandaag beter beschermen dan destijds.” Originaliteit is ook niet altijd gewenst. Voor een Zwitser die hier op een dag in Lauwe stond, restaureerde hij een 911 2.7 RS compleet naar originele toestand. Maar er staat ook een 911 2.4 T waarvan hij een 2.7 RS maakte. “Die is van een auto-expert bij RM Sotheby's die in Londen woont. Hij wilde een motor die vooruit ging en dus bouwden we er een. Nu verbreden we de wagen, op maat, om bredere velgen te kunnen monteren, zoals op een RS. Andere klanten willen een backdate. Deze 964 bouwen we om naar het F-model uit de jaren 70.” RSC Automobile prepareert ook auto's voor rally's en wedstrijden. “Zoals voor de 2L Cup van Peter Auto, voor de echte gentlemen drivers, met enkel Porsches van vóór 1966 met tweelitermotoren en Solex-carburateurs. Die competitie gaat naar circuits in heel Europa. Ze rijden allemaal min of meer met dezelfde auto. Als ze vals spelen zie je het meteen.”

Dropbox

“Vaak moeten wij de miserie van een ander oplossen”, zegt Piette. “In onze sector is er veel amateurisme, gepruts en bedrog. Er is te veel geld mee gemoeid. De aankoop van een 911 kan 50.000 euro kosten, maar ook 500.000, terwijl beide auto's er bijna hetzelfde uitzien. Er zijn mensen die een prijs kopen. Het oude adagium geldt hier ook: als het te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. Maar je kan ook te veel betalen. In detail uitleggen wat nodig is en waarom kost veel tijd, maar dat loont.” “En ja, soms moet je meer dan 100.000 euro investeren in een goede restauratie, terwijl dat niet altijd opweegt tegen de marktwaarde van je auto. Soms zeg ik dat ook: het is economisch niet rendabel. Maar stop 50.000 euro in een slechte restauratie en je bent ze kwijt. Natuurlijk, de emotionele waarde weegt soms ook door – de auto van vader. Ik heb klanten die kameraden meebrengen om de restauratie van hun auto te komen bekijken. Ze zien 'm dan herrijzen en hebben veel plezier aan hun centjes.”

Meestal kan de klant de vorderingen volgen. “Je betaalt een voorschot en volgt de werkzaamheden – en je saldo – via Dropbox op”, zegt Piette. “De klant weet vooraf ook duidelijk aan welk bedrag hij finaal ongeveer zal komen. En elke nieuw opgebouwde motor rijden wij duizend kilometer in. De boîte van deze 911 maakte een vreemd geluid in vijfde versnelling. We hebben ze weer open gegooid, zonder dat aan te rekenen.”

Pareltjes

Buitenkansjes bestáán nog, verzekert Piette. Niettemin toont hij een wrak van een 356 Pre-A Cabriolet, de zogenaamde 'Knickscheibe'. Dit alleen al moet 100.000 euro kosten. “Vijftig miljoen voor een Ferrari 250 GTO: ik snap dat”, zegt hij. Is er zo één in België, wil ik graag weten. “Bij mijn weten niet”, klinkt het. “Maar alleen al hier in West-Vlaanderen zijn er kelders met collecties van wereldkwaliteit. En ja, ook de dinosaurussen, de mensen die al heel veel hebben, behouden de passie.”

“Geef mij een onbeperkt budget”, zegt hij, “en ik koop alles van Porsche. “Zo'n 550, maar ook een gewone 911 3.2. Ik had altijd Porsches als daily. Ik vóél die auto. Je kan er echt mee spelen, voelt perfect aan wanneer hij gaat uitbreken. Een RS gevaarlijk? Maar néé, gij! Ach, misschien is het omdat ik er zo veel mee gereden heb. Ook op circuit, ja. Ooit toonde een oud mannetje me eens hoe dat moest. Ik was al begin de veertig en dacht dat ik kon rijden…” (Lacht)

“Carrosseriewerk kunnen we voor elke auto doen”, vertelt hij, terwijl hij gaandeweg wat meer inzicht geeft in zijn eigen collectie. We zien onder meer een 356 Speedster en een 911 2.7 Carrera RS. Maar ze bestaat niet alleen uit Porsches. “Als klein manneke ging ik met mijn vader naar een Jaguar XK kijken. Niet veel later ben ik 'm gaan halen – in dezelfde staat.” Er is ook een Mercedes Pagode, een Ferrari 328 en een Testarossa. “Het liefst zou ik nog wat Italianen bij hebben”, fluistert hij. “De Etceterini, dat zijn toch pareltjes, met een aparte plaats in de autogeschiedenis. Maar Italianen zijn geen ingenieurs. Op circuit zweer ik bij Porsche.

Na tien ronden komen de anderen binnen, Porsches blijven rijden. Kwaliteit komt dan bovendrijven. Mijn vader verzamelde vooral Italiaans en Engels materiaal. Maar op z'n 50ste is hij toch ook bij een 911 uitgekomen.” Ik werp 'm nog voor de voeten dat er tegenwoordig ook elektrische klassiekers verschijnen. Of
hij z'n atelier daar ook niet moet uitrusten om ze om te bouwen? Het blijkt een uiterst gevoelig thema. “Laat maar zitten”, klinkt het. “Ik ben er niet klaar voor. Ik hoop dat de ontploffingsmotor mij overleeft, of dat hij in elk geval naast andere aandrijvingen kan blijven bestaan. Ik heb kinderen van vijftien, achttien en twintig. Ook mijn zoonheeft een passie voor auto's. Ook sommige van zijn kameraden. Maar dat is dan voor moderner
materiaal; zelden nog pre-war. Dat de voorkeuren mee met de generaties evolueren, is normaal.” In afwachting van het armageddon kocht hij voor RSC Automobile nog een flink stuk ruimte bij. Hij wil hij de zaak nog uitbreiden met extra stallingsruimte en een bar voor de klanten. “Voor hen is het vaak een  uitstapje.”

Fotografie door: Lorenzo Hamers

Artikels gerelateerd aan DE RESTAURATEUR - RSC AUTOMOBILE