ALFA ROMEO 6C 1750 GS ZAGATO

Het is de zoon des garages die ons ontvangt.Zijn vader is pas een drietal jaar bezig met oldtimers, vertelt hij.“Een midlifecrisis, denk ik. Een serieuze midlife, ja.”

In een loods werd een bovenverdieping met lift ingericht voor de fraaie collectie. “Zijn vrienden speelden ook wel een rol. En vroeger stondenhier al wat vooroorlogse auto's van opa onder het stof. Ikzelf kocht en verkocht in mijn middelbare schooltijd Defenders. Zo spaarde ik wat geld bijeen, waarmee ik onder meer een klassieke Range Rover kocht. Mijn moeder zag dat ik vol vuur over auto's praatte. En geld op de bank brengt niet veel op. Zo is het begonnen.”

De jongeman studeert elektromechanica. Daaronder broeit duidelijk een hevige en oprechte passie voor met name vooroorlogse auto's. Zeldzaam voor een 21-jarige. “Dat komt vooral door mijn opa, een echte technieker”, verklaart hij. “Ik was negen toen ik voor het eerst met een van z'n tractoren reed. Met plankjes op de pedalen. Ik had nog niet genoeg spieren: om te ontkoppelen had ik m'n beide voeten nodig.”

Onze ogen glijden af naar de zeer bijzondere Alfa Romeo 6C 1750 GS Zagato. De benaming 6C verwijst naar de zes-in-lijnmotor. Hij werd van 1927 tot 1954 gebouwd, in talloze uitvoeringen met verschillende chassis, zowel voor de weg als om te racen. Er was een Turismo, Sport, Granturismo, Super Sport en Gran Sport. Alfa Romeo bouwde zelf koetswerken, maar ook koetswerkbouwers werden erop losgelaten, zoals Castagna, Touring, Pinin Farina en ook Zagato. “Die laatsten zijn het meeste waard – zeker in deze Gran Sport-uitvoering”, weet de jongmens. “Die herken je aan de overvloedige chroomlijnen. Dat zijn de mooiste en de beste.”

In 1929 wonnen de vederlichte 6C's zowat alle wedstrijden waaraan ze deelnamen, zoals de Mille Miglia in 1928, 1929 en 1930. In dat laatste jaar bezetten ze zelfs de eerste vier plaatsen. “De grote helden zoals Tazio Nuvolari van de Scuderia Ferrari reden en wonnen ermee – vergelijk gerust met McLaren in de jaren 90”, klinkt het. Na de 6C volgde de 8C. Tot en met 1938 bleef Alfa Romeo de Mille Miglia winnen, met uitzondering van 1931, toen Mercedes-Benz zegevierde. 

Bronnenonderzoek

Het was Thijs Verhage van Rock 'n Roll Classics in Brugge die de auto op het spoor kwam in Zwitserland. De verkoper was een tachtiger die zichzelf te oud geworden vond”, vertelt onze gastheer. “Mijn vader en ik zijn samen met Thijs naar ginds getrokken. We wilden zekerheid over de originaliteit. Want was het een echte Zagato? Het koetswerk kan nagebouwd zijn. Met het blote oog zie je dat niet. Je moet er panelen afhalen en constructiedetails bekijken. De verkoper wist er weinig van. Zelf had hij geen opzoekwerk gedaan.”

Tijdens WOII werd de toren met de archieven van Alfa Romeo gebombardeerd, waardoor alles verloren ging. Dus moesten andere bronnen worden uitgespit. “In de gids van Luigi Fusi uit 1967, de bijbel der Alfa-classics, stond deze wagen midden in een rij van een tiental Zagato's. Dat was al een goed teken.” Vóór de aankoop had Rock & Roll Classics al bijna drie maanden research gedaan. “Toen waren we al zeker dat het geen miskoop was.” De wagen staat in alle oude boeken, teruggaande tot de jaren ’60, en registers als Grand Sport Zagato vermeld. We hebben de wagen teruggevonden in oude Franse nummerplaatregisters en ze staat zelfs vermeld in een werkplaatsregister van de Franse topcarrossier Figoni. De oudste foto’s die we van dewagen gevonden hebben dateren van 1934… Maar ook erna ging het onderzoek verder in alle mogelijke naslagwerken. Zo vonden ze de auto terug in The Italian Car Registry. Ook John de Boer, de Amerikaanse topkenner van Alfa Romeo met een enorm archief, werd naar België gehaald, ter validatie. “Toen hebben we onze andere Alfa's naar Rock 'n Roll Classics gebracht, waar hij ze inspecteerde. Van deze auto bezit hij oude foto’s en bijkomende informatie. Met het definitieve verslag is hij nog bezig, maar er is geen twijfel: dit is een originele Zagato.” Toch blijven er nog vragen onopgelost. “Het lijkt erop dat de kofferruimte twee centimeter te groot is. De Boer moet nog uitdokteren of dat klopt.” “Het is een karaktervolle man, ik stond wel versteld: hoe ongelooflijk veel een menselijk brein kan  nthouden.”

Kleppers

Thijs Verhage arriveert met de voorlopige documentatiemap, waarin intussen ook oude facturen en inschrijvingsbewijzen zitten, en kopieën van Classic Sport Car en Classic Cars uit 1993, waarin de auto
werd aangeboden. Ze bevat ook brieven van Angela Cherrett, een bekende Engelse 6C-specialiste. “De ruit is niet origineel”, vertelt Verhage. “Nigel Dawes, een van de vorige eigenaars, was te groot en liet een andere monteren. Mooie ruit op je prachtige Zagato, schrijft Cherrett. En dat betekent wat. De originele ruit is er overigens nog steeds bij – die is al meerdere eigenaars meegereisd.”

“Intussen hebben we de hele geschiedenis tot 1934 bij elkaar”, vervolgt hij. “De verkoper had vier paginaatjes, van één vorige eigenaar. Terwijl er een zestal zijn geweest, waarbij serieuze kleppers.” Overde plaats waar de auto nieuw geleverd werd is nog geen volledige helderheid. De vroegst bekendee igenaar was Richard Klehe, een bankier in Toulouse. “Zijn zoon vonden we terug op Sint-Maarten: hij meent zich de auto nog goed te herinneren, maar documentatie is er niet meer”, zegt Verhage. “Onder een  pseudoniem nam Klehe twee keer deel aan de 24 uur van Le Mans. Maar deze Gran Sport heeft nog al z'n originele onderdelen, ook de slijtagegevoelige compressor. Ongezien voor een dergelijke oude sportwagen. Daardoor vermoeden we dat hiermee nooit werd gekoerst. Vroeger werden ze na hun sportcarrière vaak voorzien van een compleet nieuw koetswerk. Van deze auto werden enkele koetswerkdelen vernieuwd – identiek volgens oorspronkelijk model. En vanaf 1936 kreeg hij tijdelijkeen vast dak. Dat blijkt uit de registers van de topcarrossier Figoni, waarin deze wagen ook als een Zagato vermeld staat.”

Een andere eigenaar was René Mauriès. “Ook een racer, en een erg bekende verzamelaar van bijzondere  F1-wagens en andere beroemde racewagens. In 1997 werd na z’n dood een deel van zijn  verbazingwekkende collectie geveild – daarover werden boeken geschreven.”

Meerwaarde

“In de jaren veertig en vijftig waren dergelijke auto's oude rommel”, lacht Verhage. “Waardeloos. Eind de jaren ’70 In de jaren 80 werden ze populair en trokken 'ondernemers' aan die al eens een nummertje sloegen. Ook het specifieke chassis van de 1750 GS werd soms nagemaakt. Maar alle onafhankelijke  bron-nen, nauwgezette metingen en vergelijkingen van slagvormen leiden tot dezelfde conclusie: deze is volledig origineel, er werden zelfs nooit laswerken uitgevoerd. De nummers van het motorblok, de versnellingsbak, het stuurhuis, de voor- en achteras, het differentieel: alles komt overeen. Hij heeft de originele genummerde radiator en de speciale Memini sport-carburateur – die is onvindbaar. Bij de vorige eigenaar werd de motor heropgebouwd: hij is in perfecte conditie. Hij heeft een nieuwe cilinderkop, maar ook de originele is erbij. Vroeger werden motoren na elke duizend kilometer opengegooid.”

Specialisten van Fiat Chrysler Automobiles komen nog een laatste controle uitvoeren. Dat lijkt een formaliteit te worden. Maar we zijn liefhebbers, geen investeerders in auto's. Dalen de prijzen, dan zullen we er niet van wakker liggen – enkel hopen dat ze weer stijgen.”


Aanvoelen

“Wat belangrijker is: hij rijdt ongelooflijk goed!”, vervolgt hij. “De auto is erg krachtig en er komt een  fenomenaal geluid uit. Als je een Ferrari uit de jaren 80 laat draaien hóór je dat het familie is. Ik bezoek er veel events mee. Mensen kijken ervan op dat een jong gastje geïnteresseerd is in prewars. De modellen, het karakter. Een jonge Porsche of Mercedes Pagode geeft niet zoveel oldtimergevoel. En al helemaal niet als je eens met de Alfa Romeo gereden hebt. Er is een regelbare voorontsteking en als de transmissie koud is moet je hem echt goed aanvoelen. Het gaspedaal staat in het midden, de rem rechts. Hij heeft een extra oliereservoir. Je moet aan véél denken tijdens het rijden. Dat is niet makkelijk, wel veel toffer. En hij rijdt wel degelijk goed: hij accelereert snel en voelt scherp aan. Maar je moet je voorstellen dat ze hiermee de Mille
Miglia reden!” Dat zijn vader en zoon ook nog van plan. “Hij heeft goede spatborden tegen steenslag. En het kan nog wat meerwaarde geven.” Rijdt vader eigenlijk zelf? Er valt een grappige stilte. “Hij heeft weinig tijd.”

“Ook hij wil wel graag rally's doen, maar zal dan zelf niet rijden. Hij is wel liefhebber, maar niet echt technisch van inborst. Van tijd tot tijd geef ik 'm wat uitleg. Met de auto's ben vooral ik bezig, ja. En elk weekend mag ik rijden.” (lacht)

Fotografie door: Lorenzo Hamers