COLLECTOR'S ITEM - CARISTA

Met Carista runt Pieter-Jan Moerman (32) in Harelbeke een goed draaiend detailingbedrijf. Maar wie in z'n atelier komt ziet ook een opmerkelijke collectie child cars of junior cars. Het is een ode aan de fantasie.

Pieter-Jan Moerman wijst naar een trapautootje uit de jaren 30. Nicole, staat in kinderletters tussen het vliegroest op het koetswerkje geschreven. “Zij leeft wellicht niet meer”, zegt hij. “Hoe mooi is dat.”

Waar autoliefhebberij al niet kan toe leiden. Moerman studeerde marketing en startte op z'n 20ste als detailer. Het polieren draaide goed, en een autoverzamelaar uit de buurt vroeg om zijn auto's onder handen te nemen. Hij kreeg zelfs een stuk loods en een halftijds contract aangeboden. Zo kon hij Pole Position uitbouwen, dat later Carista werd. “Hier in het Texas van Vlaanderen, vol industriëlen en autoverzamelaars, verwierf ik een mooi cliënteel”, vertelt hij. “Ik ben nogal vlot in aan- en verkoop, en ook in trapauto's zag ik opportuniteiten – grote auto's: dat doet iedereen. In Amsterdam kocht ik een lot van twaalf stuks. Achteraf bleek dat niet zo'n goeie koop. Ik ging me beter informeren. Zo kwam ik bij topmerken zoals het Franse Devillaine en Giordani uit Italië. En ik bouwde een verzameling uit. Van de Belgische trapautootjes van Torck ben ik geen fan, neen. Die vind ik niet zo mooi.”

Z'n cliënteel leidde hem vervolgens naar de zogemaande 'junior cars': schaalmodellen die niet door trappers worden aangedreven maar door kleine motoren, veelal van Honda en Yamaha, zoals je ze in grasmachines of quads vindt. Het werd een passie op zich, die 'm bij verzamelaars en op veilingen in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Engeland brengt. Verkopen doet hij tot in Dubai. “Mijn kopers hebben de stukken niet altijd gezien”, zegt hij. “Vertrouwen is alles.”

Inzake kwaliteit klimt hij steeds een stapje hoger. “Ik ga voortdurend op zoek naar unieke stukken. “De Mercedes-Benz 300 SLR Sterling Moss met z'n tweetaktmotortje van 43cc is niet lelijk, maar toch iets te plastiekerig. Toch werd er in de VS een geveild voor 25.000 dollar. Niettemin: de Porsche 917 in Gulf-livrei met z'n 350cc-motor is een stuk interessanter. Ik weet niet hoeveel er bestaan. Ik ken er drie. Vind het maar.”

“De Porsche 356 Speedster is van Bernd Pennewitz Design in Duitsland. Er zijn 55 exemplaren van. Die werden recent nieuw gemaakt. Maar in het verleden maakte Porsche ook zelf children's cars, zelfs met een koppeling en twee versnellingen, om te leren rijden.” Hij toont brochures van de Porsche 936 JR – die letters staan voor junior. Inclusief vermogensgrafieken, net zoals voor een echte auto. “Die bouwde Porsche in de jaren 80, voor een Zwitserse klant.”

Raadsels

De belangrijkste historische merken zijn onder meer Devillaine Ouragan, De La Chapelle en Agostini. Ze bereikten hun hoogtepunt tussen de jaren 60 en 80. Van Devillaine Ouragan staat er een Lotus F1-wagen, die inmiddels is verkocht. Daar hoorde ook een Ferrari bij. Hij toont een kopie van een originele factuur ervan, gedagtekend 6/10/1967: 257,70 Franse frank.

“In Zuid-Frankrijk kocht ik bij een glas Ricard een prachtige BMW 328 met een 100cc-motor”, vertelt hij. “Die werd in 1987 door De La Chapelle gebouwd op 150 exemplaren. Van dat merk had ik ook een crazy Ferrari 330. Aanvankelijk wilde ik ze allemaal houden, maar ik moet nu eenmaal wat commercie doen.” Recent verkocht hij via Artcurial een Lamborghini Countach op schaal 2:3 van Agostini, die inclusief veilingkosten afklokte op 39.000 euro. “Ikzelf ontving een pak minder”, lacht hij. “Dat autootje heeft een 400cc-motor en rijdt 45 km/u. Er zouden slechts 15 of 25 exemplaren bestaan. Niemand die het weet. Er zijn veel raadsels in het wereldje.

”Er zelf een bouwen? “Dat is geen optie. Ik heb twee linkerhanden op dat vlak. Begin er dan maar eens aan.” Toch zijn er ook vandaag nog interessante artisans. “De Maserati Tipo 8C is een one-off. Hij is niet van een merk maar werd gewoon door een kerel in Frankrijk gebouwd naar het model uit 1931. Hij is een echte ambachtsman. Maar ik koop er via een tussenpersoon die me niet wil vertellen wie hij is – omdat hij ook wel weet dat ik dan rechtstreeks ga kopen. De meeste nieuwe junior-cars hebben een koetswerk van glasvezel. Deze heeft er een van aluminium op hout.” Het is een prachtstuk. Zelfs het roet aan de motoruitlaat werd aangebracht. “Deze week komt er ook een Maserati 250F binnen. Die is nog niet verkocht, neen. Ik koop puur op vertrouwen, vanuit het gevoel dat ik er iets aan kan verdienen.”

 

Cadet racers

“Anders dan in vele andere juniors pas ik hier perfect in”, lacht hij. “En ik ben niet klein. “Je draait aan het sleuteltje en hij start”, klinkt het. “Op voorwaarde dat de batterij opgeladen is”, klinkt het enkele seconden wat later. Dat brengt ons bij de hamvraag: is dit nu eigenlijk speelgoed? “Het begon wel degelijk met de cadet racers: mensen duwden hun kinderen van een helling – aanvankelijk zonder motor”, lacht hij. “Bugatti was een van de eersten die gemotoriseerde juniors maakte. Die zijn nog steeds het summum. Nu maakt het Argentijnse Pur Sang ze nieuw. Zo liet ik er jaren geleden eentje veilen op de Zoute Grand Prix. Nog steeds zijn er autoverzamelaars wiens kinderen ermee rijden. Maar doorgaans worden ze voor zichzelf gekocht, al dan niet als investering. Een klant van me die van vooroorlogse auto's houdt had recent drie meter over in zijn living. Hij heeft er dan maar een Bugatti'tje neergezet.”

Fotografie door: Sian Loyson Photography